NL EN

Patiënt Login

Heupartroscopie

Deze ingreep kan ingezet worden om een aantal specifieke aandoeningen aan te pakken

Volgende problemen kunnen door een heupartroscopie aangepakt worden:


Hiervan zijn het labrumletsel en de femoro-acetabulaire impingement de meest voorkomende. Hieronder vindt u meer informatie over beide aandoeningen :

Labrumscheur:
Aan de rand van de heupkom bevindt zich een ring van fibreus weefsel dat vergelijkbaar is met het meniscus weefsel van de knie. Dit weefsel bevat zenuwuiteinden die gevoelig zijn aan beweging. Beschadiging van het labrum door beginnende slijtage of een impingement veroorzaakt over het algemeen liespijn. Impingement betekent dat het labrum als het ware geklemd geraakt tussen de femurhals (kop van dijbeen) en het acetabulum (heupkom). Dit kan verschillende redenen hebben. Deze diagnose kan door de orthopedisch chirurg gesteld worden door lichamelijk onderzoek. Bij twijfel over de diagnose kan er ook verdovingsvloeistof in het heupgewricht gespoten worden (corticoiden infiltratie) om te beoordelen of de pijn daadwerkelijk uit het heupgewricht komt. Met een artroscopie kan dan het labrum goed bekeken worden en indien mogelijk hersteld worden om de klachten te verhelpen.

Impingement:
Door een afwijkende vorm van de heupkop (femur) stoot de patiënt tijdens bepaalde bewegingen tegen de rand van de heupkom (acetabulum) aan waardoor er schade gegenereerd wordt aan kraakbeen en het labrum. Bij een heupartroscopie wordt het overtollige bot verwijderd met een speciaal apparaat, een shaver. Tijdens diezelfde artroscopie bekijken we ook of we het labrumletsel kunnen verhelpen. Op deze manier is het mogelijk dat verdere slijtage een halt kan toegeroepen worden.